Mr. Van Eijck geeft je wortels.

De belangrijkste leidraad voor ons pedagogisch en onderwijskundig handelen wordt gevormd door de theorie van de basisontwikkeling (zie Kaleidoscoop ).

Het kind krijgt taken die uitdagend zijn, die het aan kan en die voldoende vrijheid laten voor een eigen invulling maar tegelijkertijd geen invulling bieden voor vrijblijvend “meedoen”.

Naast de taal en rekenontwikkeling is wereldoriëntatie een belangrijk vormingsgebied. Kinderen leren daarin omgaan met de natuur om hen heen. We leren dit ook door wel eens de school uit te gaan en omgekeerd de wereld in de school te halen, door zelf waar te nemen, door zelf te experimenteren, zelf vragen te stellen en op zoek te gaan naar antwoorden in een documentatiecentrum, via internet of bij mensen met kennis en ervaring. De kinderen zijn kortom ontdekkend en onderzoekend bezig. Zodoende wordt de wereld steeds groter en ruimer en leert het kind zelf een mening te vormen.

  • Ons onderwijs richt zich op het verwerven van kennis en inzicht
  • Ons onderwijs streeft naar een toegesneden aanbod voor leerlingen, passend bij hun ontwikkeling. We spelen in op verschillen tussen kinderen.
  • Ons onderwijs zorgt ervoor dat de kinderen zich competent voelen, eigen keuzes kunnen maken (autonoom) en hun sociale ontwikkeling wordt gestimuleerd.
  • Ontdekkend-onderzoekend leren is in ons onderwijs een belangrijke vorm van leren.
  • Beoordeling van kinderen vindt zoveel mogelijk plaats vanuit de eigen ontwikkelingsgeschiedenis van het kind en in overleg met het kind. Het kind leert  kritisch te kijken naar het resultaat van het werk, naar zichzelf en anderen. Het biedt mogelijkheden om leerlingen aan te spreken op hun verantwoordelijkheden. In methodegebonden werk wordt ook wel alléén door de leerkracht beoordeeld. Dit gebeurt om de leerlijn en de persoonlijke ontwikkeling van het individu te kunnen volgen en eventueel het onderwijsaanbod aan te passen.